Nieuwsbrief maart 2013

Fiscaal



Kleine computers, grote problemen
Steeds vaker zie je deelnemers aan een vergadering niet meer binnenkomen met een dik pak papier onder de arm, maar met zo’n hippe Tablet (iPad of Android). Goed voor het milieu (want er hoeft veel minder geprint te worden), en altijd up-to-date want ook laat nagezonden stukken zijn nog raadpleegbaar. En is de vergadering even minder interessant dan kun je gewoon je mail doornemen of even internetten. Kortom, reden genoeg voor veel werkgevers om aan hun werknemers een Tablet te verstrekken. Maar kan dat belastingvrij? De fiscus vindt van niet, en heeft enkele fiscale procedures hierover gewonnen. Centraal in deze procedures stond de vraag of een Tablet als communicatiemiddel kan worden aangemerkt (zoiets als een mobieltje), of dat sprake is van een computer. Het belang van dit verschil is dat een telefoon belastingvrij kan worden verstrekt bij een zakelijk gebruik van tenminste 10%, terwijl voor het belastingvrij verstrekken van een computer sprake moet zijn van 'geheel of nagenoeg geheel' zakelijk gebruik. Dat komt neer op 90% of meer. Een groot verschil! De rechtbank Haarlem vond dat sprake was van een computer, gelet op het formaat, het geheugen en de vele andere gebruiksmogelijkheden van de gadget. Volgens de Belastingdienst doet ook het formaat van het beeldscherm er toe: bij een beelddiagonaal van meer dan 7 inch zou sprake zijn van een computer.

Wees dus voorzichtig met het belastingvrij verstrekken van Tablets aan uw werknemers. U krijgt al snel te maken met naheffingsaanslagen wegens privégebruik. Vooraf overleg met de fiscus kan duidelijkheid brengen. En verder is het wachten op een wijziging van het Beleidsbesluit waarbij de grens tussen mobiel en computer afhankelijk wordt gesteld van de lengte van de beelddiagonaal.


Gebruikelijk loon
Veel ondernemers maken zich nog steeds erg boos als de fiscus eist dat zij het salaris dat bij de eigen BV verdiend wordt moeten verhogen. Wordt een onzakelijk laag salaris opgenomen dan volgt al snel een naheffingsaanslag loonbelasting, met boete! Rondom dit zakelijk salaris zijn twee belangrijke beslissingen genomen.

De eerste beslissing betreft de zogeheten afroommethode. Volgens deze methode dient een DGA (het gaat daarbij overigens meestal om ondernemers met een vrij beroep) de winst van zijn BV af te romen, door een groot gedeelte van de winst als salaris op te nemen. Dit salaris wordt dan uiteraard progressief (maximaal tegen 52%) belast. De Hoge Raad heeft eerder beslist dat de afroommethode toegepast kan worden als de opbrengsten van een BV bijna helemaal voortvloeien uit de door de DGA (de enige werknemer van de BV) verrichte arbeid. In het berechte geval was een BV lid van een maatschap en ontving een winstaandeel. De BV had maar één werknemer (de DGA), de maatschap echter had partners en medewerkers. De Hoge Raad was het met de DGA eens dat de opbrengst van de BV (het winstaandeel) niet voor 90% of meer (nagenoeg uitsluitend ) door de arbeid van de DGA tot stand was gekomen. Ook het werk van de andere partners en dat van de werknemers van de maatschap was van belang. En in zo’n situatie kan de afroommethode als methode voor de vaststelling van het gebruikelijke loon volgens de Hoge Raad niet worden toegepast. Over de vraag hoe het gebruikelijke loon dan wel moet worden vastgesteld liet de Hoge Raad zich niet uit. De zaak is terugverwezen naar Hof Amsterdam voor verdere behandeling.

Een tweede zaak waarin verschil van mening bestond over de hoogte van het gebruikelijke loon betrof een BV die in Nederland een orthodontistenpraktijk met acht personeelsleden dreef. De vrouwelijke DGA stond ook bij haar BV op de loonlijst (ze werkte dus in Nederland), maar ze woonde samen met haar echtgenoot in België. De vraag was of de Nederlandse fiscus een naheffingsaanslag loonbelasting kon opleggen, omdat die van mening was dat het gebruikelijke salaris van mevrouw te laag was geweest. Ook hier had de fiscus de afroommethode toegepast. De Hoge Raad besliste dat ook in deze zaak de afroommethode niet mag worden toegepast, omdat er naast de DGA nog andere werknemers waren. In deze zaak werd verder beslist dat de heffingsbevoegdheid over fictief loon door het Belastingverdrag tussen België en Nederland aan Nederland is toegewezen.

Zijn er andere werknemers dan de DGA – hetzij in de BV zelf hetzij in een samenwerkingsverband waar de BV deel van uitmaakt – dan hoeft de afroommethode niet toegepast te worden. Maar voor de alleen werkende DGA kan deze methode nog steeds toegepast worden!

VAR
De gemiddelde ZZP’er ‘scoort’ bijna geen opdracht meer als hij of zij geen VAR (verklaring arbeidsrelatie) kan overleggen. Met zo’n VAR heeft de opdrachtgever zekerheid dat er geen sprake is van een dienstbetrekking met de bijbehorende inhoudingsplicht. Er bestaan vier verschillende soorten VAR’s, ieder met zijn eigen gevolgen. Het betreft de VAR wuo (winst uit onderneming), de VAR loon (loon uit dienstbetrekking), de VAR row (resultaat uit overige werkzaamheden) en de VAR dga (inkomsten uit werkzaamheden voor rekening en risico van een vennootschap). De Hoge Raad heeft nu beslist dat de Belastingdienst een andere VAR mag afgeven dan waar om is gevraagd. Wel heeft de belastingplichtige de mogelijkheid om tegen deze beslissing bezwaar te maken en zo nodig beroep in te stellen bij de belastingrechter.

Een tweede nieuwtje betreft het einde van de automatische verlenging. Tot 2013 was het zo dat een eenmaal toegekende VAR automatisch verlengd werd als door de Belastingdienst aan een belastingplichtige voor drie achtereenvolgende jaren dezelfde VAR was afgegeven. Met ingang van 2013 is deze automatische verlenging vervallen. De reden hiervan is dat in de loop van dit jaar de afgifte van de VAR wordt vervangen door een webmodule waarmee opdrachtgever en opdrachtnemer samen een beslissing van de Belastingdienst kunnen vragen over de kwalificatie van de door hen voorgelegde arbeidsrelatie.

Toch aansprakelijk!
In een arrest van de Hoge Raad van 26 april 2002 werd tot ieders verrassing bepaald dat de DGA voor de BTW als ondernemer moest worden aangemerkt. Hierdoor werden door DGA’s vele fiscale eenheden met hun BV aangegaan. Het aangaan van een fiscale eenheid met de BV loste veel problemen (fiscaal en administratief) op, maar creëerde weer andere. Zo zijn de deelnemers aan een fiscale eenheid omzetbelasting aansprakelijk voor de omzetbelasting van de fiscale eenheid. Toch werd in veel gevallen voor zo’n fiscale eenheid gekozen. Later besliste echter de Europese rechter in Luxemburg dat een DGA helemaal geen ondernemer is voor de omzetbelasting en dus ook geen onderdeel kon zijn van een fiscale eenheid omzetbelasting. Maar wat als nu toch zo’n fiscale eenheid was aangevraagd en verkregen? Was er dan toch sprake van aansprakelijkheid van de DGA voor door de fiscale eenheid verschuldigde omzetbelasting? Ja!, aldus de Hoge Raad. Want de aansprakelijkheid voor een omzetbelastingschuld van de fiscale eenheid blijft bestaan, ook als achteraf komt vast te staan dat niet werd voldaan aan de voorwaarden voor het aanmerken als een fiscale eenheid.

Discriminatie bij 30%-regeling?
De 30%-regeling is een bekende fiscale faciliteit die er op neerkomt dat – kortgezegd – buitenlandse werknemers met bijzondere kennis en kunde naast hun salaris een belastingvrije vergoeding mogen ontvangen van maar liefst 30% van hun brutoloon. Sinds 1 januari 2012 is de regeling aangescherpt: zij geldt voortaan alleen nog maar voor werknemers die minstens 150 kilometer van de Nederlandse grens woonden voordat zij in Nederland gingen werken. Een werknemer die door deze aanscherping geraakt werd betoogde dat de gestelde eis een inbreuk vormde op het EU-recht en als dat niet zo mocht zijn dat dan sprake was van strijd met het bekende gelijkheidsbeginsel. De rechtbank Breda was van dit betoog niet onder de indruk. Voor de regeling was een goede rechtvaardiging aan te voeren, namelijk het voorkomen van oneigenlijk gebruik. Om dezelfde reden mislukte het beroep op het gelijkheidsbeginsel. En daar moest belanghebbende het in de woorden van de rijdende rechter maar mee doen.

Rechtbank Haarlem kwam in een vergelijkbaar geval echter tot een volkomen tegengestelde uitspraak. In beide gevallen hebben partijen zich rechtstreeks tot de Hoge Raad gewend (sprongcassatie). Wordt dus vervolgd.

Onbevoegde inspectie?
De Belastingdienst kent een aantal eenheden, die ieder in een bepaald gedeelte van Nederland hun werkzaamheden verrichten. Maar sommige zaken worden voor heel Nederland op één centrale plek afgehandeld. Eén van die werkzaamheden betreft de controle op het privégebruik van de auto van de zaak, de bekende bijtelling privégebruik. Die controle vindt plaats door het Landelijk Coördinatiepunt Auto te Doetinchem. Een naheffingsaanslag (omdat ten onrechte geen bijtelling heeft plaatsgevonden) wordt opgelegd door de inspecteur van de Belastingdienst Oost/ Landelijk Coördinatiepunt Auto. De vraag is of dat wel kan als de belastingplichtige niet in het werkgebied van de Belastingdienst Oost woont. De aanslag zou dan door een onbevoegde inspecteur zijn opgelegd en daarmee ongeldig zijn. Sommige rechters delen die mening, andere niet. De zaak zal uiteindelijk door de Hoge Raad worden beslist.

Het is verstandig voor wie een naheffingsaanslag van de Belastingdienst Oost/ Coördinatiepunt Auto heeft ontvangen, maar niet in het werkgebied van de Belastingdienst Oost woont, om bezwaar te maken tegen deze aanslag. Er is een kans dat die aanslag door de Hoge Raad richting prullenmand zal worden verwezen. Staat uw aanslag dan echter onherroepelijk vast dan kunt u niet meer van zo’n voor u gunstige beslissing profiteren.

Hypotheekrentenieuws

Restschuld
Woningbezitters die hun eigen woning verkopen in de periode 1 januari 2013 tot en met 31 december 2017 en met een restschuld blijven zitten kunnen de rente op die restschuld nog maximaal tien van hun inkomen aftrekken. Een kwart van Nederland schijnt ‘onder water’ te staan. Niet letterlijk gelukkig, al is het wel ernstig. Het betreft die huishoudens die een grotere hypotheekschuld hebben dan de waarde van hun huis. Vaak betreft het hierbij mensen die zitten opgezadeld met twee woningen. Ook houden steeds meer huishoudens aan die eigen woning een restschuld over, als ze (gedwongen door bijvoorbeeld echtscheiding of werkeloosheid) hun woning met verlies moeten verkopen. Voor deze groep belastingplichtigen zijn er weer fiscale ontwikkelingen. Allereerst mag de rente (uiteraard niet de aflossingen) op een restschuld gedurende een periode van tien jaar in mindering op het inkomen worden gebracht.

Verhuisregeling
De periode van de verhuisregeling is opnieuw verlengd. Door deze regeling kunt u – tijdelijk weliswaar – de rente op de hypotheekschuld voor twee woningen aftrekken. Ook voor 2013 blijft het mogelijk om gedurende drie jaar dubbele rentelasten af te trekken. Vanaf 2014 gaat deze termijn weer naar 2 jaar.

Teruggave energiebelasting aan ANBI en SBBI
Bent u lid van het bestuur van een algemeen nut beogende instelling (ANBI)? Of van een sociaal belang behartigende instelling (SBBI)? Dan is het goed voor u om te weten dat u – weliswaar onder strikte voorwaarden – gedeeltelijke teruggaaf kunt krijgen van aan uw ANBI of SBBI in rekening gebrachte energiebelasting. Die belasting betaalt u als uw instelling aardgas of elektriciteit gebruikt. De teruggaaf bedraagt 50% van de in rekening gebrachte energiebelasting, en moet binnen 13 weken na de verbruiksperiode worden ingediend bij de Belastingdienst. Let u er op dat per afzonderlijk gebouw een afzonderlijk verzoek tot teruggaaf ingediend moet worden.

Belastingrenteregeling
Geld terugkrijgen van de Belastingdienst, geld moeten (bij)betalen aan de Belastingdienst: het is allemaal mogelijk. In de meeste gevallen gaat zo’n teruggave of betaling gepaard met een rentevergoeding. Met ingang van 2013 is het hele systeem van heffingsrente op de schop gegaan. Het oude heffingsrentesysteem is per 1 januari 2013 vervangen door een systeem van Belastingrente. Dit systeem is van toepassing op aanslagen over belastingtijdvakken die in 2012 of later beginnen. Het rentepercentage van de belastingrente wordt vanaf 1 januari 2014 voor de vennootschapsbelasting gekoppeld aan de wettelijke rente voor handelstransacties met een ondergrens van 8 procent. Het rentepercentage van de belastingrente voor de overige belastingen en de invorderingsrente blijft gekoppeld aan de wettelijke rente voor niet-handelstransacties. Hiervoor komt per 1 januari 2014 een ondergrens van 4 procent. Ook de termijnen waarover rente wordt gerekend of vergoed worden gewijzigd.

Het nieuwe systeem is tamelijk ingewikkeld, maar één ding is wel duidelijk: het wordt er voor de belastingplichtige niet beter op. Het is verstandig om goed in de gaten te houden of u moet bijbetalen of juist een teruggave verwacht, en tijdig te verzoeken om een (nadere) voorlopige aanslag of juist om een voorlopige teruggave te vragen.

Nieuwe WOZ-waarde voor erfgenaam
De WOZ-waarde van een woning wordt fiscaal bezien steeds belangrijker. Zo wordt de WOZ-waarde ook toegepast voor de erf- of schenkbelasting. Bij een schenking of vererving van een woning wordt uitgegaan van de WOZ-waarde in het jaar van verkrijging. Vanaf 2012 kan echter ook worden uitgegaan van de WOZ-waarde voor het jaar volgend op dat van de verkrijging Hier moet in de aangifte erf- of schenkbelasting wel uitdrukkelijk voor worden gekozen. Deze regeling geldt dus niet voor verkrijgingen vóór 2012. De Rechtbank in Haarlem heeft echter onlangs beslist dat de regeling ook mag worden toegepast op verkrijgingen van vóór 2012.

Tubatax
Dienen muziekverenigingen, zoals een harmonie of fanfare, vooral het algemeen belang, of is het toch in de eerste plaats een gezelligheidsvereniging, die als belangrijkste doel heeft haar leden cultureel en muzikaal te vormen en het vriendschappelijke verkeer tussen de leden te bevorderen. Minder diplomatiek gezegd: een goed excuus om met je vrienden een biertje te drinken? Het belang van deze vraag kan groot zijn, met het oog op legaten, schenkingen en bijvoorbeeld ook de hiervoor besproken mogelijkheid om energiebelasting terug te vragen. De Rechtbank Breda was van mening dat een muziekvereniging die beroep had ingesteld tegen het intrekken van haar ANBI-status niet kon bewijzen dat zij voor 90% of meer rechtstreeks het algemeen belang diende. De particuliere belangen van de leden waren meer dan bijkomstig. De vereniging wees in dit verband nog tevergeefs op haar optredens buiten de eigen leefgemeenschap en het belang van de vereniging voor de gemeenschap.

Het vervallen van de ANBI-status voor veel muziekverenigingen wordt wel aangeduid als de tubatax. Door dit statusverlies zijn donaties bij de gulle gever in de inkomstenbelasting niet langer als gift aftrekbaar.

Nieuws BOF
Een uitspraak van de Rechtbank Breda van enige tijd geleden heeft voor veel ophef gezorgd in fiscaal Nederland. De bekende bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) zou discriminatoir zijn, met als gevolg dat deze ruimhartige faciliteit ook voor niet-ondernemers open zou staan. Feitelijk zou dat het einde van de schenk- en van de erfbelasting betekenen. Bij de Belastingdienst was het alle hens aan dek, want men rekent op maar liefst 50.000 bezwaarschriften tegen eerder opgelegde aanslagen. Het is echter de vraag of de soep zo heet gegeten zal worden als ze door de Rechtbank Breda werd opgediend.

In recente uitspraken hebben zowel de Rechtbank Arnhem als de Rechtbank Haarlem beslist dat de BOF juist geen ontoelaatbare discriminatie oplevert, omdat met deze faciliteit een hoger doel (het voortbestaan van een onderneming en daarmee behoud van werkgelegenheid) wordt nagestreefd. De fiscus hoopt natuurlijk dat met dit argument ook de uitspraak van de Rechtbank Breda van tafel gaat.

Maar om alle verwachte bezwaarschriften af te handelen heeft de staatssecretaris toch maar besloten om de regeling inzake het ‘massaal bezwaar’ van stal te halen. Hiervoor is een aantal representatieve zaken geselecteerd, die in een proefprocedure aan de belastingrechter voorgelegd zullen worden. Tot die tijd zullen alle ingediende bezwaarschriften worden aangehouden. U hoeft overigens geen bezwaar meer in te dienen.

Verliest de fiscus deze zaken dan krijgt u alsnog uw geld terug, ook als niet eerder bezwaar werd gemaakt. De uitkomst van de massaal bezwaar procedures zal in de pers bekend worden gemaakt. U krijgt dus geen individueel bericht.

OB en BIG
Voor medische diensten gold tot voor kort in de omzetbelasting een vrijstelling. Daardoor hoefde uw huisarts of tandarts u geen BTW in rekening te brengen. In 2012 is echter besloten dat deze btw-vrijstelling met ingang van 1 januari 2013 zal worden beperkt tot (para)medische diensten die worden verricht door BIG-beroepsbeoefenaren, en dan nog alleen maar voor zover deze diensten behoren tot de uitoefening van dat BIG-beroep. Huisartsen en tandartsen zijn BIG-beroepsbeoefenaren en hoeven nog steeds geen BTW in rekening te brengen.
Voor psychologen wordt de vrijstelling beperkt tot GZ-psychologen. Voor onder meer osteopaten, pedagogen en acupuncturisten verdwijnt de vrijstelling geheel. Enkele niet-BIG beroepsgroepen mogen de vrijstelling wel blijven toepassen omdat zij gelijkwaardige diensten verrichten. Hierbij kunt u denken aan orthopedagogen, kinder- en jeugdpsychologen en psychologen arbeid en gezondheid.

Lagere BTW correctie voor oudere personenauto
Er is de laatste jaren veel te doen geweest over de forfaitaire BTW bijtelling voor privégebruik van de auto van de zaak. Deze bijtelling was een afgeleide van het bijtellingspercentage in de inkomstenbelasting. Er wordt nog steeds geprocedeerd over de vraag of dit is toegestaan. Om naar de toekomst toe aan alle onzekerheid een eind te maken is sinds 1 juli 2011 een nieuwe regeling ingevoerd, die er op neerkomt dat de correctie wegens privégebruik 2,7% van de catalogusprijs van de auto bedraagt. Voor oudere auto’s geldt echter een lager correctiepercentage van 1,5%. Een auto komt voor deze regeling in aanmerking als die vijf jaar of meer geleden (inclusief het jaar van ingebruikneming) in gebruik is genomen in de onderneming. Het fiscale voordeel voor de ondernemer kan aanzienlijk zijn, en bedraagt al snel meerdere honderden euro's per jaar.

Pensioenproblemen
Nederland had – zo werd lang gedacht – het beste pensioenstelsel ter wereld. Maar het stelsel kraakt inmiddels in zijn voegen. En nu gaat er ook nog het nodige veranderen.
Allereerst de beperkingen in de opbouw. Vanaf 2014 zal de maximale jaarlijkse pensioenopbouw voor eindloonregelingen nog maar 1,5% bedragen. Voor middelloonregelingen wordt dit percentage 1,75%. Verder wordt de opbouw afgetopt. Verder kan vanaf 2014 nog maar tot een pensioengevend loon van € 100.000 pensioen met behulp van de omkeerregel worden opgebouwd. Bij opbouw boven dit bedrag is de omkeerregel niet meer van toepassing. De pensioenaanspraak is dan direct belast. Niet alleen het collectieve pensioen wordt ingeperkt. Ook individuele regelingen (lijfrenteaftrek en banksparen voor aanvullend pensioen) zullen per 2014 ingeperkt worden.
Ook grote veranderingen bij pensioen en stamrecht in eigen beheer. Zo zijn aan het uitkeren van dividend voortaan grote risico’s verbonden als in eigen beheer pensioen wordt opgebouwd. Let ook op als u voor de Flex BV kiest: aandelen zonder stemrecht kunnen een bedreiging vormen voor uw pensioenopbouw. Tenslotte bevat het Belastingplan 2013 een tegemoetkoming voor Bv’s waarin in eigen beheer pensioen wordt opgebouwd. Onder voorwaarden wordt het mogelijk om het bedrag van de jaarlijkse pensioenuitkering te verlagen. Over de exacte invulling daarvan komt binnenkort meer duidelijkheid.
Meer aandacht voor uw pensioen wordt onvermijdelijk. Duidelijk is wel dat de fiscale risico’s enorm zijn.


Overig nieuws


Gewijzigde markrente
Zoals met enige regelmaat te doen gebruikelijk heeft de Staatssecretaris van Financiën het besluit met markrenten weer geactualiseerd. Het besluit bevat onder meer de markrentegegevens over 2012. Het besluit is op 17 december 2012 met terugwerkende kracht tot en met 5 december 2012 in werking getreden.

Goedgekeurde kassa’s
De Belastingdienst heeft het Keurmerk Betrouwbare Afrekensystemen uitgereikt aan een aantal producenten van kassa’s. Met keurmerkkassa’s zou het moeilijk, zo niet onmogelijk, zijn om te manipuleren, waarbij natuurlijk vooral gedacht kan worden aan de beruchte afroomsoftware. Het keurmerk is een gezamenlijk product van leveranciers en producenten van kassasystemen. De Belastingdienst heeft al laten weten er bij een belastingcontrole rekening mee te zullen houden (in positieve zin uiteraard) als ondernemers een gecertificeerde kassa hebben. Een controle zal dan namelijk sneller kunnen verlopen.

Rekenrente waardeoverdracht
Als werknemers van baan veranderen hebben zij recht op waardeoverdracht van de door hen opgebouwde pensioenaanspraken. Op dit moment is het wel zo dat door de (te) lage dekkingsgraad bij veel fondsen dit recht is opgeschort, maar op het moment dat de fondsen weer boven jan zijn herleeft dit recht. Bij de overdracht wordt een bepaalde rekenrente gebruikt. De laatste jaren is deze rente steeds lager geworden, en ook voor 2013 zal een lagere rente van 2,432% gebruikt moeten worden. Het gevolg hiervan is dat werkgevers in veel gevallen (fors) moeten gaan bijbetalen indien een medewerker uit dienst gaat en besluit om de opgebouwde pensioenrechten over te dragen naar de pensioenuitvoerder van de nieuwe werkgever. Hoeveel precies bijbetaald moet worden kan moeilijk gezegd worden, nu de hoogte van de verplichting van verschillende factoren afhankelijk is. Verboden worden kan dit echter niet, want het betreft een wettelijk recht op waardeoverdracht.